Je loopt in het donker in de kou. De kou is intens en de wind is striemend en ergens boven je, achter een ruit, brandt warm licht. Je kijkt niet op. Pentagrammen Vijf is de kaart van precies dat moment: het tekort dat je voelt en de warmte waar je blind voor voorbijloopt. Het is geen kaart van armoede, maar van een verstoorde verhouding tot wat er wél is. Ik leg je uit waar dat vandaan komt, en waar de deur zit.
Wat betekent Pentagrammen Vijf op de Levensboom?
Pentagrammen horen bij het element Aarde: geld, lijf, huis, de stof waaruit je dagen gemaakt zijn. Het getal vijf hoort bij Geburah, de vijfde sefira op de Levensboom: de beproevende kracht, Mars, het lemmet dat knipt wat je niet langer dragen kunt. Het element aarde plus vijf, en je hebt de kaart in één adem te pakken: de stof wordt op de proef gesteld. Zo boven, zo beneden. Wat boven als gemis gemeten wordt, verschijnt beneden als leegte: een salaris dat binnenkomt en nergens aankomt, een huis dat warm gestookt is en kil aanvoelt, een lichaam dat ’s ochtends niet uit de veren komt.
Daarom klopt de gebruikelijke lezing, met materiële pech en lege rekeningen, maar half. Pentagrammen Vijf meet je banksaldo niet, maar je verhouding tot je saldo. Ik heb de kaart zien vallen bij iemand met twee loodsen vol werk en bij iemand met een uitkering, en het gezicht erbij was hetzelfde. De maat boven is gelijk; de uitkomst op straat verschilt per huis, per baan, per huwelijk.
Waarom loop je aan het licht voorbij?
Op de kaart lopen twee figuren door de sneeuw. Bar weer, schrale kleren, gebogen onder eigen gewicht. Op een armlengte straalt een kerkraam, warm en helder. Ze kijken niet op. Dat is geen ongelukje van de tekenaar; dat is de hele boodschap. Het licht is er niet ondanks hun kou, hun kou bestaat voor een deel bij de gratie van hun niet-kijken.
Wie lang genoeg in de overlevingsstand staat, ziet geen deuren meer, alleen weerstand. Een overtuiging werkt als een huis waarvan de deur op de knip zit, weliswaar aan de binnenkant. Je zit erin en jij bent de beugel. Zo bouw je ongemerkt een complete huishouding van gedonder, en gedonder heeft geen agenda, dat rekent zichzelf gewoon voort.
Zo’n tekort-denken zit zelden op één plek:
- Geld: het saldo deugt, maar je rekent alsof het niet deugt.
- Tijd: de agenda zit vol, het gevoel blijft leeg.
- Liefde: er wordt van je gehouden en je houdt iedereen op armlengte.
- Jijzelf: het idee dat er te weinig van je is voor wat het leven vraagt.
Tel ze maar eens bij jezelf na. Meestal klopt er één niet als feit, maar staat hij als paal boven water in je hoofd. Dat verschil, tussen factuur en overtuiging, is precies waar deze kaart de vinger oplegt.
Wat betekent Pentagrammen Vijf voor je relaties?
Er lopen twee mensen op die kaart. Samen, en toch elk langs een eigen pad. Lichamelijk leunen ze misschien tegen elkaar, maar de verbinding tussen die twee is er niet, en dat is nu eenmaal het werk van de vijf. Ik zie dit vaker bij mensen midden in een koerswijziging dan bij mensen die werkelijk alleen zijn: omringd door collega’s, familie en een volle inbox, en niemand die begrijpt wat er in je omgaat. Op de werkvloer heet dat er niet helemaal bij zijn. Aan tafel heet het stil zijn. Beide keren is het geen gebrek aan mensen, maar een gebrek aan de ene zin die er werkelijk staat: ik weet het even niet meer.
Hoe herken je de trots die je koud houdt?
Stel je eens voor: dinsdagochtend, tien over half negen. Je zit achter je bureau, in een bedrijf dat je zelf hebt opgebouwd. Honderd man loopt onder je, een orderportefeuille tot ver in volgend jaar, de auto staat gewillig voor de deur. Op papier heb je werkelijk alles voor elkaar. En toch zit je daar als een van die figuren in de sneeuw: uitgeput, buitengesloten, van je eigen bedrijf nog wel. Buiten lijkt heel de wereld binnen bij de kachel. Jij bent de kachel kwijt, maar jij gaat “trots als je bent” niemand vertellen dat je het koud hebt.
Je telefoon gaat over op de vloer naast je stoel. Je laat hem uitgaan. Niet omdat je druk bent, maar omdat opnemen betekent dat je een stem moet opzetten. Een stem is gevaarlijk goed spul: er kan zomaar een zin uitglippen die je jezelf al jaren niet toestaat. Ik weet het niet meer.
Ik ken die situatie uit eigen ervaring, niet vanuit een bedrijf maar vanuit mijn werk als docent filosofie. De school raakte in reorganisatie en ik bleef achter in een verleden dat allang was opgedoekt: boos, want met de nieuwe interim directeur was er een kille en koude boel ontstaan. Daar stond ik dan, verdiept in de categorische imperatief, niet in staat mijn eigen staat te bekijken. Mijn struikelblok was trots, keurig onderhouden en vanzelfsprekendheid. En trots is geen karakter, het is een deur met de knip erop, weliswaar aan de binnenkant. Ik wéét als de school filosoof immers hoe het hoort, zei ik tegen mezelf, en wie het weet, klaagt niet.
Pentagrammen Vijf kwam op tafel en legde de vinger precies op de zere plek. Niet de reorganisatie was de kou, maar mijn weigering om het licht te zien dat er nog steeds was: collega’s die doorvroegen, een vak dat ik liefhad, de ruimte om iets anders te gaan doen. Ik ben uiteindelijk van de school weggegaan. Eerst werd ik importeur van muziekinstrumenten, daarna fluitist en Keltisch verhalenverteller, en kwam ik ten slotte thuis bij wat ik al veertig jaar deed: tarot en de westerse esoterische traditie. Drie beroepen, en telkens hetzelfde patroon: een kaart op tafel, een deur met de knip eraf. Dat spreekwoordelijke kerkraam bleek al die tijd mijn eigen wand te zijn; het licht stond er al, ik moest er alleen naar binnen lopen.
De school is later alsnog uit de reorganisatie gekomen. Ik ook, al duurde dat bij dezen wat langer en moest ik de knip zelf van de deur halen. Met Rowanberry Tarot & Hermetica voelt de tarot en hermetiek als thuis komen achter het kerkraam van Pentagrammen Vijf. De kerk die bij wijze van spreken al sind mijn jeugd in het dorp stond.
Het licht achter het kerkraam is hulp die beschikbaar is. Dat hoeft niets religieus te zijn: een vriend die doorvraagt, een collega met geduld, iemand die even met je meekijkt zonder omhaal. Stel je eens voor dat je die ene zin vandaag uitspreekt, hardop, tegen één persoon. De kaart legt de vraag op tafel zonder omwegen: is de deur dicht, of heb je gewoon nog niet geklopt?
Hoe kom je uit de kou?
De kaart oogt guur, maar de belofte is nuchter: dit is tijdelijk. Aarde is traag, maar het getal vijf is beweging, en Mars knipt zowel dicht als open. Sneeuw smelt, de nacht draait om, het voorjaar doet dat trouw elk jaar opnieuw. Wat overblijft is de vraag wat jij met de dooi doet.
Het begint bij toegeven dat je het koud hebt. Huiveren is geen zwakte, het is een meetsignaal; je lijf is eerlijker dan je verhaal. Vanaf dat moment kan er iemand naar binnen, soms via één zin: ik zit krap, ik loop vast, ik sta er alleen voor. Eén zin, en de verhouding tussen jou en het licht draait bij. Niet spectaculair. Dooi is dat zelden.
Vraag jezelf niet wat je mist, maar welk verhaal je zou moeten missen als het tekort morgen opgelost was.
Daar zit de kou van deze kaart ten slotte: niet in de sneeuw, maar in de rekening die je jezelf al jaren presenteert zonder vervaldatum. De ruit brandt. Dat deed ze vanochtend ook al.
Je kunt deze kaart nu helemaal begrijpen en er volgende week alsnog aan voorbij lopen. Begrijpen en kloppen zitten in verschillende ledematen. Soms heb je iemand nodig die met je meekijkt naar het grotere geheel, zonder oordeel en met een nuchtere blik op wat de kaarten aangeven. In een tarotconsult leg ik jouw vraag op tafel: waar zit jouw tekort, waar staat jouw ruit, en wat daarvan is feit en wat knip. Je hoeft er geen woorden voor te hebben; de kaart heeft ze.
Uit de kou: plan een tarotconsult
Niemand houdt je tegen bij die deur. Daar zit het hele probleem, en het hele antwoord.

