Je zegt dat je de dingen goed wilt doen. Kan kloppen, maar kijk eens eerlijk: je wilt ze foutloos doen, en dat is iets anders. Het verschil zit niet in je inspanning, het zit in de maat die je jezelf oplegt. Perfectionisme is geen hoge lat; het is een meetlat die je zelf hebt neergelegd en daarna behandeld als een wetmatigheid. We pakken die meetlat vandaag eens op en kijken wie hem gemaakt heeft en wat je er echt mee moet.
Wie goed wil doen oefent, maar wie perfect wil zijn, staat stil.
Waar eindigt gezond streven en begint perfectionisme?
De meeste mensen die bij mij terechtkomen willen de dingen simpelweg “gewoon goed” doen. Dat is een prima en gezonde instelling. Het verlangen om te groeien, te leren en kwaliteit te leveren houdt een mens in beweging. Je oefent, je schaaft bij, leert verder en op een dag zit het vak verdraaid goed in je vingers. Daar is niets mis mee.
Maar ergens onderweg slaat bij veel mensen het streven naar het goede om in een eis. Een eis die niemand kan waarmaken, jij dus ook niet. Wanneer is iets écht perfect? En wie heeft die meetlat daar eigenlijk neergelegd? Vraag het maar eens hardop aan degene die hem neerlegde. Meestal is het antwoord stilte. En maar al te vaak stilte in jezelf.
De lat ligt inmiddels zo hoog dat je er niet meer overheen durft te kijken, laat staan eroverheen te springen. Misschien herken je het: de brief is allang af, maar je verzet nog één keer de zinnen. Je controleert nog één keer de cijfers. Het is nooit af. Of erger: de angst om door de mand te vallen is zo groot dat je er maar helemaal niet aan begint. Uitstel is geen luiheid; het is angst in nette werkkleding. Die angst vreet energie die je veel beter kunt steken in gewoon beginnen, fouten maken en er smakelijk om lachen. Dat is een kunst die je jezelf eigen zult moeten maken! Maar “hoe dan”?
Herken je er iets van? Het rijtje is korter dan je denkt:
- Het verslag is af. Je verstuurt het (nog) niet. Je leest het nog een keer. En nog een keer.
- De sollicitatiebrief, de aanmelding voor de cursus, dat ene telefoontje naar je oude netwerk: alles ligt keurig opgevouwen in de la.
- Tien complimenten die dag verdampen bij één kritische noot om vier uur ’s middags.
- Je vraagt drie keer om feedback en doet er daarna niets mee. Stiekum wachtte je op applaus.
De maat van een ander is geen wet
Wiens goedkeuring zoek je eigenlijk als je die lat zo hoog legt? Iemand uit je huidige leven, of een stem van lang geleden: de vader die pas knikte bij een negen, de chef van twee banen terug die “scherp” zei en “prima” gewoon vergeten was. Je draagt die maat al zo lang mee dat je hem voor erfgoed houdt. De familie-uitzet, met de mot erin.
Ja, zal je zeggen, in mijn vak telt foutloos, zo werkt dat daar nou eenmaal. Laat dat gedonder voor wat het is. Het is nauwkeurigheid wat echt telt, geen zesde controle van een brief die allang de deur uit had gemoeten. Het verschil tussen een brug bouwen en een mailtje herschrijven, dat is het verschil tussen leven en death by a thousand cuts. De bruggenbouwer heeft een reden. Jij hebt een gewoonte.
De recensie en de trompet
Ik had eens kaartjes voor een theatervoorstelling en las vlak vooraf een vernietigende recensie. De journalist vond er niets van: de timing was matig, het decor te sober. Ik ging toch maar heen heen, het kaartje was tenslotte goed betaald. Mijn verwachtingen waren niet zo hoog gespannen. Wat bleek? Ik heb genoten. De hele zaal genoot. De maatstaf van een ander is een mening, geen meter. De aanklager die in jouw hoofd beweert dat het niet deugt, citeert een bron die de rest van de wereld nooit gehad heeft.
Mijn trompetdocent van toen heette meneer De Groot, oud-fanfaredirigent, boom van een kerel en handen als kolenschoppen. Soms was er een passage die maar niet wilde vlotten. Hoe harder ik mezelf pushte, hoe meer mijn vingers embouchure verkrampte tot er geen noot meer kwam. Dan zei hij: “Laat het liggen. We pakken het volgende stuk.”
Dat voelde als falen. Maar weken later, bij datzelfde lastige stuk, speelde ik het bijna moeiteloos. Niet omdat ik er nog avonden op gesleuteld had, maar omdat de druk van de ketel af was. Die man had gelijk tot en met.
Ondersteboven ziet de maat er anders uit
Wat betekent De Gehangene van de tarot voor je perfectionisme?
In de Tarot is de twaalfde kaart De Gehangene, de man die aan één voet hangt, ondersteboven, met een gezicht zo kalm als een vijver op een windstille dag. Hij is niet gevallen en hij is niet gestraft; hij hangt er uit eigen beweging. Dat is het hele verschil met jouw perfectionistische meetlat: jij klimt ertegenop, hij hangt eronderdoor en ziet in één oogopslag dat de lat een dwarsbalk is die aan geen kant vastzit.
Twaalf is drie keer vier: de getallen van groei en stabiliteit. De ogenschijnlijke paradox maar groei kan alleen als en ook stabiliteit en basis is; en daar is vertrouwen voor nodig. De Gehangene is de kaart van stilstand om vooruit te komen.
Op de werkvloer ziet dat er zo uit: het jaarverslag ligt af, je leest het morgenochtend nog één keer en verstuurt het voor de koffie. De presentatie oefen je twee keer, niet elf keer, en je laat de avond ervoor de schoenen staan. De Gehangene van de tarot vraagt niet om te stoppen met willen. Hij vraagt om de wil eventjes op te hangen aan de tak en eronderdoor te kijken. Gewoon; waar ben ik nou helemaal mee bezig? Vervolgens formuleer je nuchter het meest redelijke antwoord dat mogelijk is.
Eén ding moet gezegd. Wie weigert te hangen en enkel bouwt aan de perfectie, krijgt vroeg of laat bezoek van een kaart die je kent zodra hij aanklopt: De Toren. Dan stort het kaartenhuis in en zit je met de brokstukken. Liever zelf ondersteboven hangen dan bliksem en onweer boven je hoofd. Zo werkt dat, al duizenden jaren.
Je was allang af
Ergens heb je de afslag gemist en ben je gaan geloven dat je pas waardevol bent als je foutloos presteert. Onzin natuurlijk! Wie jij bent, met je talenten en je eigenaardigheden, is geen ontwerp dat ligt te wachten op de goedkeuring van een ander. Je bent geen concept; je bent een afgerond geheel met onderhoud. Een karakter zonder barsten is een mooie kamer: prachtig verlicht, maar en woont niemand.
Durf toe te geven dat je menselijk bent. Dat is geen kleine letter achterin het contract, dat ís het contract. Niet alleen realistisch, het is ook bevrijdend.
Van wie is de meetlat waaraan je jouw prestaties afmeet? Van jou, of van iemand die er in geen twintig jaar meer naar om heeft gekeken?
Een lat die niemand meer vasthoudt, hangt uiteindelijk aan niets. Je kunt er lang naar staren tot je tureluurs wordt. Je kunt ook je perspectief veranderen, zoals die man op de twaalfde kaart, en constateren dat het uitzicht prima is als je de boel op zijn kop zet. De zaal zat die avond in het theater vol mensen die het allang doorhadden. Jazeker het was live en ik had zeker een fout kunnen ontdekken; maar dan had ik een formidabel concert gemist.
Dat je dit nu leest zegt nog helemaal niets; gelezen inzicht is een brief die je niet post. Wil je weten waar jouw perfectionisme vandaan komt, dan legt een Tarotconsult de vraag kaart voor kaart op tafel: nuchter, concreet, zonder gegoochel. Wie de oude maat in één lijn wil opruimen en zelfvertrouwen wil funderen dat niet aan een functie hangt, kan het zes-sessietraject Meer Zelfvertrouwen nemen.
Direct een afspraak maken voor een Tarotconsult of het traject Meer Zelfvertrouwen.
De meetlat blijft liggen waar hij ligt. Of je hem oppakt, is helemaal jouw zaak.

