Je bent wakker voor de wekker gaat en vraagt je af waar je het allemaal voor doet. Je agenda staat vol, je gevoel van voldoening staat op nul. Wie zijn levensweg wil vinden, krijgt meestal clichés mee: volg je hart, of kies toch maar de zekerheid. Daar knapt niemand van op. De Heremiet van de Tarot zegt iets anders: niet de hele route is zichtbaar, wel de volgende stap. Zo vind je je levensweg, ook als de mist dik is en het zicht slecht.
Je levensweg vinden begint met toegeven dat je hem kwijt bent
Die vraag naar richting in het leven komt bijna nooit op een rustige zondagochtend. Hij komt als het wringt: de agenda loopt over, de voldoening loopt leeg, en je loopt flink door zonder te weten of je nog op de goede route zit. Op je veertigste, op je vijftigste, op een dinsdagmiddag halverwege een vergadering waar je met je hoofd allang niet meer zit.
Dan krijg je advies, gevraagd en ongevraagd. Je schoonzus zegt dat je je hart moet volgen, je accountant wijst op de pensioenopbouw en een collega heeft net een boek uit over de zin van het bestaan. Welnu, het ene advies schuurt precies tegen het andere aan, en jij staat ertussen met een volle bakkie koffie en een leeg gevoel.
Wie zijn levensweg kwijt is, mist geen adviezen maar zicht.
De mist is geen storing
De Maan, de achttiende kaart van de grote Arcana staat ten onrechte bekend als een kaart van dreiging. Je ziet een pad dat tussen twee torens door loopt, onder een bleek licht, met een hond en een wolf langs de kant en een kreeft die uit het water kruipt. Niets daarvan is gevaarlijk. Het is een landschap bij slecht licht, en het pad loopt gewoon door. In de Qabalah is dit het negenentwintigste pad, van Netzach naar Malkuth: van het verlangen en de drift naar de gewone, harde aarde. Van wat je zou willen naar wat er morgenochtend op je bord ligt.
Dat is waar je nu staat. De contouren zijn weg omdat je kaart uit een andere tijd stamt: het loopbaanplan van je vijfendertigste, de verwachtingen van een gezin dat intussen volwassen is, het beeld van een geslaagd leven dat je van thuis meekreeg. Het klopte ooit allemaal. Nu niet meer.
Harder lopen helpt niet. Iedereen in je omgeving heeft een mening over hoe het leven eruit hoort te zien, van de buurman tot de verjaardagsvisite, en in dat lawaai is je eigen stem nauwelijks te horen. Wie in de mist gaat rennen, komt alleen sneller bij de rand.
Tijdens mijn laatste jaar als docent filosofie had ik dit gevoel regelmatig als ik op school / werk was. Draaien op routine, mijn vak in de vingers. En toch telkens dat gemis aan perspectief. Tot een collega zei; “en waar ben jij nu dan helemaal mee bezig?”. Pas toen ik echt keek naar het moment kwam de eerste stap naar verandering.
De beste kaart ter wereld wijst niet aan waar je staat
Stel je voor dat je op een berg staat, met een prachtige route in je rugzak. Elk pad, elk uitzichtpunt en de pauzes op het kwartier nauwkeurig uitgetekend. Je hebt hem zelf gemaakt, of met veel overleg samengesteld, en tot een uur geleden klopte hij als een bus. Halverwege zet de mist op, zo dik dat je de rotsen voor je schoenen niet meer kunt rijmen met de lijnen op het papier. Je blijft stokstijf staan.
Kijk eens wat je nu doet. Je draait de kaart een kwartslag, dan nog een, en je zoekt een herkenningspunt dat er niet meer is. Ondertussen dringt iets door waar je liever niet naar kijkt: de kaart is niet fout, hij is alleen niet van nu.
Dan hoor je stappen. Een schaapherder met zijn kudde schapen komt voorbij, rustig door de grijze brij, alsof het een steenworp van zijn eigen schuur is. Jij roept dat je de beste kaart hebt die er bestaat en toch de weg kwijt bent. Hij kijkt even naar het papier en zegt: “Op je kaart staat waar je zou moeten zijn. Onder je schoenen zie je waar je bent. Alleen het tweede kun je gebruiken.”
Welnu, nu de vraag die je liever laat liggen. Welke kaart draag jij al jaren mee: het loopbaanplan van je vijfendertigste, of het beeld van een geslaagd leven dat je van huis uit meekreeg?
Hoe lang loop je al op papier?
De Kluizenaar verlicht één stap, en dat is genoeg
De Heremiet van de tarot, is een grijze figuur op een besneeuwde bergtop met een staf in de ene hand en een lantaarn in de andere. In die lantaarn brandt een zespuntige ster. Hij staat al hoog, dus positie en overzicht is niet wat hij zoekt. Het licht reikt ook niet tot de horizon: het valt op een paar passen voor zijn voeten. Dat is geen gebrek van de lamp, zo is hij bedoeld.
In de Qabalah is dit Yod, de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet, niet meer dan een stip. Het is het twintigste pad van de Levensboom, tussen Chesed (ruimte, mildheid) en Tiphareth (het midden, de zon). De kaart hoort bij Maagd, het aardse, nauwkeurige teken van de vakman die zijn werk doet zonder er een toneelstuk van te maken. En negen is het laatste getal voor het rad weer gaat draaien, want na negen komt tien. Zo ongeveer ziet het leven er uit bij het eind van een grote cyclus: je weet het even niet meer, en dat hoort erbij.
Wat betekent de Kluizenaar voor je werk en je koers?
Op de werkvloer is de Heremiet of kluizenaar van de tarot de teamleider die de afdeling al jaren draaiende houdt en ineens beseft dat hij alles kan uitleggen behalve zichzelf. In de vereniging is hij de penningmeester die zich afvraagt of hij nog wil, nu hij al twaalf jaar kan. Hij hoeft geen nieuw leven te ontwerpen. Hij heeft licht nodig voor wat voor zijn voeten ligt.
De lantaarn laat je het volgende zien:
- Het stuk grond waar je nu staat, modder inbegrepen.
- De eerstvolgende stap. De tweede blijft in het donker.
- Wat je vanavond kunt laten liggen zonder dat de wereld vergaat.
- Wie er al jaren naast je meeloopt omdat dat nu eenmaal zo hoort.
Meer licht is er niet, en je kunt er een heel eind op verder.
Wat doe je als stilzitten er niet van komt?
Vijf of tien minuten per dag. Geen telefoon, geen to-dolijst, alleen jij en je ademhaling. Je hoeft er geen kloosterretraite voor te boeken. Als je nu denkt dat je daar geen tijd voor hebt, dan vertel je jezelf gedonder: in de tijd die je kwijt bent aan een kopje koffie en de krant is dit ook te doen.
In die minuten gebeurt iets heel gewoons: modder in het water zakt naar de bodem als je het niet blijft omroeren. Meer is het niet. Maar wie het water nooit met rust laat, ziet de bodem ook nooit.
Een rustig weten is geen donderslag
We verwachten graag dat een levensdoel zich aandient als bliksem bij heldere hemel: een eurekamoment, alles valt op zijn plek, ergens speelt zacht orkestmuziek. Zo werkt het in films. Yod, die stip, werkt anders. Het zaadje is klein en het komt bescheiden bovendrijven, als een rustig weten dat je er niet uit hebt geredeneerd.
Een levensdoel dat klopt, voelt zelden groots en vaak opvallend gewoon. “Ik wil er zijn voor de mensen om me heen.” “Ik wil iets maken dat er nog niet was.” Voor de buitenwereld hoeft het niet meeslepend te zijn, als het maar past als je schoenen: niet te strak, niet te los, en je kunt er een hele dag op lopen.
Wie ben je op het moment dat je niet meer weet waar je naartoe gaat, en toch blijft lopen?
De herder verdwaalde overigens nooit in de mist. Hij kent de berg waar je staat niet beter dan jij. Hij keek alleen naar zijn schoenen.
Inzicht is mooi, maar tussen begrijpen en de stap zetten ligt een dag vol afspraken waar niemand een Kluizenaar voor inplant. In een Tarotconsult voor jouw levensvraag leg ik de kaarten voor je concrete situatie en duid ik hoe de krachten op dit moment in je leven op elkaar inwerken. Jij vertrekt met een heldere eerstvolgende stap in plaats van een nieuwe kaart die je moet leren lezen.
Of je loopt gewoon door tot de mist optrekt. Dat doet mist vanzelf.

